De kerk die ik liefheb
 
De kerk die ik liefheb, dat is een kerk,
die ervan overtuigd is dat Christus de haven is en zijzelf slechts de vuurtoren,
die liever hoop zaait dan angst oogst.
Een kerk die me eerlijk en zonder hoogmoed toespreekt en zegt:
'Wij zijn een volk onderweg naar een gemeenschappelijke ziel,
en we moeten hand in hand gaan, aan dezelfde bronnen drinken en dezelfde gevaren doorstaan.
Een kerk die geen diepgevroren verstarde god aanbidt,
maar een levende tegenwoordige Heer.
Een kerk die zich meer zorgen maakt om hen die uit angst om te zondigen onbeweeglijk blijven, 
dan om hen die zondigen terwijl ze voorwaarts gaan.
Een kerk die me meer over vrijheid dan over gehoorzaamheid spreekt,
meer van hoop dan van autoriteit, meer over Christus dan over zichzelf,
meer over de honger van de armen dan over de binding met de rijken van vandaag en gisteren.
Een kerk die het meer ter harte gaat om authentiek te zijn dan groot,
eenvoudig in plaats van machtig, oecumenisch in plaats van dogmatisch.
 
Anderen zien mogelijks liever een ander gezicht van de kerk.
 
Ik hou van haar echter op deze wijze,
zo zie ik in haar de levendige tegenwoordigheid van Christus,
de Christus die een vriend van het leven is,
in de wereld gekomen, niet om te oordelen, maar om te redden wat verloren was.
 
(Juan Arias)