De wereld van de armen binnengaan, dat betekent voor ons én incarnatie, én bekering. De nodige veranderingen in de kerk en in de pastoraal, in de opvoeding, in het leven van religieuzen en priesters en in de lekenorganisaties; we kwamen er niet toe ze door te voeren toen we ons binnen de kerk bewogen. Nu we in de wereld van de armen zijn binnengetreden, slagen we daarin.
Die ontmoeting met de armen heeft ons opnieuw de hoofdwaarheid van het evangelie leren ontdekken dat Gods woord ons oproept tot bekering. De kerk heeft een goede boodschap voor de armen. Ze hebben altijd slecht nieuws gehoord en ze hebben altijd het ergste beleefd, maar nu horen ze door de kerk deze woorden van Jezus: “Het Rijk van God is nabij”, “Zalig zijn de armen want Gods Rijk is voor hen”. En zo hebben zij een goede boodschap voor de rijken: dat ze zich moeten bekeren tot de armen om met hen het Rijk Gods te delen.
Wie Latijns – Amerika kent, ziet duidelijk dat er niets naïefs is in deze woorden, en dat ze nog veel minder verdovende opium bevatten. Wat er wel in die woorden te vinden is, is het samenvallen van het grote verlangen naar bevrijding in ons continent met de aanbieding van Gods liefde voor de armen. De kerk roept verwachtingen op en die gaan samen met de verwachtingen van de armen van ons werelddeel, verwachtingen die soms gestorven waren, soms gemanipuleerd werden, en waarin ze bedrogen uitkwamen. Iets nieuws bij ons volk is nu dat de armen in de kerk een bron van hoop zien en er steun aan hebben voor hun verheven bevrijdingsstrijd.
(Oscar Romero, El Salvador)