Ik wou dat ik gevoelloos was...
 
Ik wou dat ik gevoelloos was
voor al die slechte dingen
die steeds op me afkomen.
Dan moest ik al die pijn niet verdringen
en had ik misschien wel mooie dromen.
 
Uiterlijk is er niets of nauwelijks iets zichtbaar
maar innerlijk zit ik geblokkeerd om te genieten van het leven
voel ik me beschaamd en onmachtig
zit ik met het beeld van de maatschappij
de vrienden die niet weten
of niet willen weten dat zo'n armoede nog bestaat.
Zit ik met het beeld, het gevoel dat er geen mentale of morele
ondersteuning is voor deze soort “schemerarmoede”
voel ik mij meer en meer geďsoleerd
voel ik mij mislukken tegenover mijn kind
beknot in de opvoeding.
 
Armoede is heel erg, is vernederend, zelfs bangelijk
armoede overkomt je soms, plots...
zonder je eigen toedoen.
 
Armoede vreet aan je levensmoed:
de moed om te koken
de moed om te kuisen
de moed voor de opvoeding van de kinderen.
En toch moet je juist hier
zeer veel creativiteit aan de dag kunnen leggen
meer dan de anderen in de maatschappij
om de eindjes aan elkaar te kunnen en te moeten knopen.
 
-auteur onbekend-