Laf
 
Eeuw na eeuw zijn wij getraind
in troost en zorg, in edelmoedigheid,
eeuw na eeuw waren, zijn wij bij pijn en eenzaam – zijn
bij schaamte en bij schuld gebleven,
hebben wij de trouw gedrukt in een traditie
van simpel gebeden

maar

veel te weinig leerden wij te spreken,
aan te wijzen waar de pijn van velen
machteloos te pletter loopt
op macht en eigenbelang van enkelen


al te weinig wisten wij de wortels op te graven
waar de stank begraven ligt
van schuldig zwijgen
in de witgekalkte graven


en

behendig als we zijn en waren
gaven wij aan onze lafheid andere namen:
”we moeten in de liefde blijven”
”toch maar liever lief” en “doe elkander geen verdriet”,
bang voor tegenwind liepen wij
- zoals in het oude verhaal – stilletjes om de gekwetste heen
en maakten ons liever niet vuil
aan tegenspraak


bleef alleen nog wat onzijdig bidden over,
verdampend
in de sfeer van goede bedoelingen


los van de Onuitsprekelijke uit het Scheppingsverhaal
zien wij lief en zorgzaam zonder omhaal
”dat alles goed is”
of tenminste goed bedoeld. Amen.

Uit : “Niet om uit te spreken…” van Karel Staes, uitgave van Welzijnszorg