Met Kerstmis wordt een kind geboren.
De afkomst is niet helemaal duidelijk.
De omstandigheden zijn erg gebrekkig.
Een vluchteling die asiel zoekt.
Het leven zelf, dat zijn liefde te vondeling legt.
Zou je niet eens willen kijken of het niet op jouw drempel is achter gelaten?
Vind je het, laat je dan wekken door je eigen lichtglans.
Neem het op en koester het.
Voed het met je solidariteit.
Laat het groeien.
Maar… vertel het niet aan de machtigen,
ook niet aan die in jezelf.
Ze zullen het kind doden…
Als je wilt dat het groeit, zul je risico’s moeten nemen,
overtolligheid afleggen, vertrouwde wegen verlaten, langs een
andere weg naar huis gaan.
Misschien kom je wel in de woestijn terecht.
Vrees dan niet, je bent er niet alleen.
Twee of drie, of twaalf, of zeventig…
en een menigte, die niet te tellen is, gaat met jou mee.
Het kind zal volwassen worden in jou
en onweerstaanbaar
zal je een mens van gemeenschap worden,
een asielplaats, misschien wel een stuk brood
dat gebroken en gedeeld wordt...
 
uit de kerststal van de Begijnhofkerk – pastoor Daniël Alliët - Brussel 2011