Mensen zijn uitverkoren elkaar te dienen
 
Onder de titel "Verantwoordelijkheid" schreef de joodse filosoof Emmanuel Levinas: "In het feit dat de relatie tot het goddelijke via de relatie tot de mensen verloopt en met de sociale rechtvaardigheid samenvalt, ligt de hele geest van de joodse Bijbel. Mozes en de profeten bekommeren zich niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling. De relatie tot de mens, waarin het contact met het goddelijke zich voltrekt, is niet een soort "geestelijke vriendschap", maar een vriendschap die zich uit, bewijst en voltooit in een rechtvaardige economie waarvoor iedere mens ten volle verantwoordelijk is. 
Toen in alle christelijke kerken nog heftig gedisputeerd werd over de vraag of het opkomende "horizontalisme", jarenlang "medemenselijkheid" genoemd, wel even belangrijk was als de verticale relatie met God, kwam deze vervolgde, opgejaagde jood met dit statement, in zijn beroemde opstel over het jodendom als godsdienst van volwassenen. Relatie met God? Alleen door je persoonlijk ten volle verantwoordelijk te stellen voor een rechtvaardige economie.
Tegen de stroom van postmodern en neoliberaal ik-denken in, heeft Levinas ons geconfronteerd met de radicaliteit van de bijbelse ethiek, waarin niet ik het uitgangspunt ben maar de andere mens, die mij aankijkt en een beroep op mij doet. Mensen, schrijft hij, zijn "uitverkoren elkaar te dienen".
 
(Huub Oosterhuis, Red hen die geen verweer hebben)